donderdag 25 juli 2013

Drie dimensionaal worstelen

Veel overheden worstelen momenteel met de zogenaamde drie decentralisatie dossiers: Jeugdzorg, WMO en Participatie. Meer doen met minder middelen. Kom daar maar eens om. Of anders, hoe leg je dit uit aan je inwoners als er volgend jaar gemeenteraadsverkiezingen zijn. De echte worsteling zit echter een laag dieper. In de kern gaat het om de veranderende verhouding tussen lokale overheid, maatschappelijke dienstverleners en de burgers. Feit is dat de overheid zich daar waar mogelijk terugtrekt dan wel haar rol minimaliseert binnen het maatschappelijk domein. Bezuinigingen eisen hun tol. Voorzieningen worden afgebouwd. Maatschappelijke organisaties beknot. Dit levert een spanningsveld op tussen faciliteren van de ‘harde’ en ‘zachte’ infrastructuur, het programmeren van activiteiten en de mogelijkheid tot zelforganisatie van (buurt)bewoners. U en ik dus. Aangesproken op ‘burgerkracht’ en ‘participatie’.In dit krachtenveld verschuift de rol van de gemeente. En in het kielzog die van de maatschappelijke dienstverleners. Minder centrale regie, meer procesfacilitator, meer werkend vanuit een dienstverlenend concept. Waarbij niet elk (maatschappelijk) verlangen van de burger nog langer wordt vertaald in een claimcultuur. Daar zit de echte worsteling.

Positioneringsvraag
Gemeentelijke bestuurders en betrokken professionals worstelen in dit kader vooral met een positioneringvraag. Waar zijn we van? Voor wie moeten we er zijn?  Dat zowel lokale overheid als maatschappelijke organisaties op zoek gaan naar nieuwe oplossingen, voor een andere aanpak van vraagstukken is te prijzen. Wat doen we nog wel en wat doen we niet meer? En wie betaalt daarvoor de prijs? Dat is in feite de vraag met betrekking tot de positionering van de verzorgingsstaat. Centrale vragen  hierbij zijn: wat moeten we gaan doen? Wat zijn daarvoor de  eerste stappen?  Hoe luidt de boodschap aan de maatschappelijke organisaties en burgers? Welk programma en wat voor activiteiten horen daarbij? Welke functie  spelen daarin de sociale (activiteiten)  en ruimtelijke (accommodaties) infrastructuur. Leent deze aanpak zich voor zelfsturende burgers? En zo ja in welke mate?

Co-creatie
In feite dient de lokale overheid een beroep te doen  op co-creatie. Met een menselijke maat van onderlinge waardecreatie. Wat kunnen we voor elkaar betekenen? Het exploreren van initiatiefrijke ideeën.  Het is de wereld van groot denken en klein beginnen. Nieuwe denkkaders en out-of-the-box. Waarbij de overheden van het “wat” moeten zijn en de aanverwante maatschappelijke organisaties van het  “hoe”.

Helder kader
Het  is niet zo ingewikkeld om  maatschappelijke vraagstukken te prioriteren en ambities te formuleren. Toch ontbreekt dit vaak als het gaat om een goed ontwikkeld College programma. Een overheid meer van de strategische vraagstukken en minder van de operationele actiepunten.  Meer 'wat' en minder 'hoe'. Het is van belang de verwachtingen over en weer bij te stellen. Dat vergt een duidelijke boodschap vanuit de overheid maar ook van  betrokken professionals in het maatschappelijke middenveld. Met een helder en eenduidig verhaal van wat de bewoners kunnen verwachten . Wat de gemeente en de betrokken professionals niet meer doen. En wat nog wel. 

Voorzieningen geen doel opzich
De  beschikbaarheid aan huidige maatschappelijke voorzieningen zegt  meer over de financiële middelen uit het verleden dan over de financiële tekorten van het heden. Overheid en professionals moeten bepalen of hun inzet voor een sociale en ruimtelijke infrastructuur toegevoegde waarde heeft of niet. Dat is wat anders dan van je inzet een verdelingsvraagstuk maken. Daar waar de (sociale) infrastructuur het hardste nodig is. Daar zit ook de burger die over het minste sociale kapitaal van zelfsturing of zelforganisatie beschikt. Daar is de rol van de overheid het grootst en zo was  ooit ook de verzorgingsstaat bedoeld. Die boodschap moet helder zijn. Dit vereist positioneel denken en situationeel handelen. Voortdurend jouw rol als overheid en maatschappelijke organisatie helder krijgen: directe sturing, begeleiden,  faciliteren of alleen maar kijken hoe het loopt? Misschien is “burgerkracht” wel meer een opgave voor overheden en  professionals dan voor burgers.

donderdag 18 april 2013

Jumping-Jack-Flash-Momentje

Bij het componeren van hun album Beggars Banquet in een Engels landhuis in het voorjaar 1968 zagen de Rolling Stones  met regelmaat de tuinman langs de open serre flitsen.  Op de vraag van Mick Jagger wie dit was zei Keith Richards volgens de overleveringen“Jumping Jack Flash”. Zie hier de inspiratie voor een mooi Stones nummer. Het net gesloten Sociaal Akkoord deed mij denken aan Jumping Jack Flash.

Mixed emotions
Voordeel van het ouder worden is dat je nog eens terug kunt vallen op mooie nummers uit je jeugd. Bovendien zie ik soms de zelfde maatschappelijk bewegingen met dezelfde regelmaat langskomen. Inderdaad. Mijn Jumping-Jack-Flash-momentje. Het Sociaal Akkoord van Sociale Partners en overheid was zo’n ogenblik. Groot geworden met het Sociaal Akkoord van Wassenaar uit 1982 was het ditmaal andere koek. Konden de partners in die tijd er met anderhalve pagina mee af. Het Kabinet Rutte c.s. hebben maar liefst 40 pagina’s nodig. Met één klap moeten we in 2020 terug zijn waar eind vorige  eeuw om moverende redenen afscheid van is genomen. Dat kost natuurlijk een paar pagina’s. Weinig historisch besef bij de huidige bestuurders. Mogelijk een collectief gevalletje van altzheimer. De gekozen bestuurlijke  oplossing van de problematiek is er namelijk één uit de oude doos. Terug in de tijd naar een concept waar elk weldenkend mens indertijd van zei, dit niet meer. Tja. You are not the only one wtih mixed emotions zongen The Stones.
Akkoord in beton
Het is  dan ook opmerkelijk dat de Sociale Partners weer de regie krijgen over de werknemersverzekering. Voor de parlementaire enquête in 1993 waren werkgevers  en vakbonden ook al verantwoordelijk voor de uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid in zogeheten bedrijfsverenigingen. En samen met de gemeenten bestierden zij arbeidsbureaus. Beide soorten instellingen zijn in de jaren negentig volledig ontmanteld. De toenmalige  parlementaire enquêtecommissie onder leiding van PvdA’er Flip Buurmeijer concludeerde dat de werkgevers en bonden er een potje van hadden gemaakt. Hun ‘bedrijfsverenigingen’ waren vooral adequaat in het tijdig en soepel verstrekken van uitkeringen. De arbeidsbureaus konden al helemaal geen goed doen. Met één sprong terug in de tijd.  Het bouwwerk van het poldermodel is weer helemaal terug daar waar het de arbeidsmarkt betreft. Een landelijke Werkkamer, arbeidsmarktregio’s 35 in getal met even zo vele besturen, Wekpleinen, Werkbedrijven en een Landelijke keuringsinstelling, Net of de bordjes verhangen zijn: LBA, CBA, RBA, Bedrijfsvereniging, UVI’s, UWV, CTSV, Tica, Arbeidsbureaus en Centra Werk en Inkomen.  What is in the name? Het Akkoord is in beton gegoten volgens de Minister van Sociale Zaken. Kunnen we weer 30 jaar vooruit om in 2050 het beleid van begin deze eeuw weer op te pakken.
Boze tongen beweren dat het Sociaal Akkoord er gekomen is om de positie van de FNV te redden. Participeren in het arbeidsmarktbeleid door de vakbonden zo weet men uit het buitenland geeft status. En status geeft leden. Die heeft de tanenende Federatie hard nodig. Beter de FNV met Ton Heerts om zaken te doen dan invloed van muitende SP’ers moeten de werkgevers hebben bedacht. Hot Stuff I can’t get enough. Intussen is de werkloosheid gestegen tot 643.000. Een absoluut negatief record. Rutte heeft aangegeven in 2016 met oplossingen te komen voor de arbeidsmarkt. Tja. En degene die nu werkloos is dan? All I hear is the sound of rain falling on the ground I sit and watch as tears go by.

dinsdag 2 april 2013

De ene quotering is de andere niet

Quotering arbeidsgehandicapten
Eind maart meldde PostNL trots dat er een samenwerkingsovereenkomst was gesloten met de Sociale Werkvoorziening (WSW). Maar liefst 1.200 WSW konden aan de slag als postbezorger. Op termijn moeten daar nog eens 500 bijkomen. Gedacht wordt aan mensen in de bijstand. De suggestie wordt gewekt dat PostNL hiermee tevens voldoet aan de quotering van arbeidsgehandicapten. Een maatregel van de overheid waarbij bedrijven en organisaties met meer dan 25 werknemers verplicht worden gesteld dat minimaal 5% van het personeelsbestand uit gehandicapten moet bestaan. Bij PostNL werken 60.000 mensen. Met de overeenkomst lijkt dit bedrijf dus aardig op weg. Een nadere analyse van de overeenkomst leert dat het niet zo rooskleurig is als het wordt voorgesteld.

Business as usual
De overeenkomst bestaat in principe uit twee delen. In de distributiecentra gaan 1.200 WSW aan de slag. Daarnaast worden nog eens 500 postbezorgers ingehuurd. Totaal gaat het dus om 1.700 personen. Door bemiddeling van het Locusnetwerk is dit contract met PostNL tot stand gekomen. Een samenwerkingsverband van Divosa en Cedris die publiek-private samenwerking aangaat met het bedrijfsleven om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te helpen. Locus speelt een belangrijke rol in de gesloten overeenkomst met PostNL. Kern van de overeenkomst is dat de postbezorgers en de mensen die gaan werken in de distributiecentra van PostNL daar niet op de pay-roll staan. Deel twee van de overeenkomst. Er is een zakelijke overeenkomst gesloten tussen de WSW-bedrijven en PostNL voor het verlenen van diensten. Daarmee genereren de samenwerkende WSW-bedrijven een omzet. In feite business as usual binnen de WSW-sector.

Verdienmodel PostNL
Wat PostNL angstvallig achterwege houdt is de omvang van het contract met de WSW-bedrijven. Toegegeven wordt dat de medewerkers in de distributiecentra goedkoper zijn, maar dat voor de postbezorgers een marktconforme prijs wordt betaald. Bijzonder in dit geval is dat PostNL in het verleden behoorlijk heeft gesneden in de personeelsformatie. Zo werden 10.000 vaste contracten omgezet in flexibele contracten. Daarnaast verlieten in 2,5 jaar tijd ruim 7.000 personen het bedrijf. Onlangs werd bekend dat er nog eens 3.000 zullen volgen. De constructie voor PostNL met de WSW-bedrijven moet dan ook wel goedkoper zijn dan werken met de voormalige postbodes. Het is niet voor niets dat PostNL verwacht in 2015 een verhoging van de nettowinst te realiseren die ligt tussen de € 300 en € 370 mln. Inmiddels weten we waar deze marge ondermeer vandaan kan komen.

Verdienmodel WSW
Omdat de WSW-medewerker niet in dienst komt van PostNL is er van een daadwerkelijke uitstroom naar de arbeidsmarkt geen sprake. Een euvel waar WSW-bedrijven al veel langer mee worstelen. Gemiddelde uitstroom ligt op 6% per jaar. Waarvan het gros door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Redenerend vanuit het perspectief  van een arbeidsmarktinstrument, daadwerkelijke uitstroom richting arbeidsmarkt, schiet de WSW daarmee te kort. Zo ook in dit geval.  WSW-medewerkers die in de distributiecentra werken blijven op de pay-roll van de WSW-staan. Bovendien betaalt de WSW ook nog eens de begeleidingskosten. Het gemiddelde salaris in de SW ligt op € 28.000,- plus € 6.000,- begeleidingskosten komt dit neer op € 34.000,- per WSW-medewerker. Een bedrag wat PostNL echt niet zal betalen. Daar staat tegenover dat de WSW een subsidie ontvangt van € 25.975,- per FTE in 2013. Plus re-integratiemiddelen voor begeleiding. De totale subsidie inkomsten voor het WSW-bedrijf per FTE bedragen daarmee € 31.975,-. Per medewerker komt dit neer op een verlies van € 2.025,-. Dit verlies plus de kosten voor overige bedrijfsvoering moeten dan worden goed gemaakt door inkomsten uit omzet per FTE welke door PostNL zal worden betaald.In de regel draaien WSW-bedrijven dan nog met verlies. De goede uitzonderingen daar gelaten.Daarbij komt dat de subsidie per FTE de komende jaren gestaag gaat dalen. Het maakt de bedrijfsvoering er niet makkelijker op.

Verschil in beloning
Tot slot zit er nog een pikant detail aan deze hele overeenkomst met PostNL. Uitkeringstechisch is er sprake van twee categorieen van werknemers: een WSW'er en een bijsdtandsgerechtigde.Uitgaande van de detachering krijgt een WSW 120% van het minimumloon uitbetaald. Dit conform de WSW-cao. Deze WSW’er blijft immers in dienst van het WSW-bedrijf. Een bijstandsgerechtigde ontvangt, ondermeer in het kader van de nieuwe Participatiewet, maximaal het minimumloon. Deze bijstandsgerechtigde valt namelijk niet onder de WSW-cao. Voor hetzelfde werk bij PostNL krijgt een WSW’ er in the end meer uitbetaald dan de bijstandsgerechtigden. Tel uit je winst of je verlies, naar gelang je positie.
 

maandag 24 december 2012

Het comfort van de cornervlag


Wachtend voor het stoplicht kijk ik uit op het voetbalveld van de plaatselijke KVVA aan de overkant van de weg. De wedstrijd is net afgelopen. Op de achtergrond sjokken de godenzonen in spe terug naar de kleedkamer. Op de voorgrond loopt een grensrechter met een cornervlag onder de arm. Op weg om ook de andere cornervlag op te halen.

Het is een week na het afschuwelijke incident in Almere. Inmiddels strijden vooroordelen om elkaars voorrang. Zowel binnen als buiten de lijnen.Voetbal is een volksport. Voetbal is emotie.  Over voetbal heeft iedereen een mening. Zowel binnen als buiten de voetbalwereld. Zelfreflectie is vaak ver zoek.  Ieder op zoek naar het eigen gelijk. Opererend in de eigen comfortzone. Nog niet gewend zich te verhouden tot veranderende maatschappelijke omstandigheden. Met voetbal alleen kom je er niet meer. Als voormalige voetbalbestuurder heb ik dit de afgelopen 10 jaar als geen ander ondervonden. Voetbalverenigingen zijn geen primitive isolates. Met een strenger straffen. Een minuut stilte. Acties tot meer meer respect. Hoe nobel het streven. "Je"  komt er niet mee weg. Wat dan wel?

Voorop gesteld. Voetbalverenigingen zijn fatastische organisaties. In staat om hun leden elke week weer een programma aan te bieden. Gerund door vrijwilligers. Optredend als waakhond over het inbruikeleen verkregen maatschappelijke vastgoed. Hoezo accommodatieloos welzijnsbeleid? Zelfsturende burgers. Programmeren voor een brede doelgroep. Menig gesubsidieerde maatschappelijke organisatie met bezoldigde professionals kan daar een voorbeeld aan nemen.

Het dilemma is dat de organisatorische inzet van de  gemiddelde voetbalvereniging niet meer toereikend is. De overheid trekt zich in toenemde mate terug uit buurten en wijken. Buurthuisvoorzieningen sluitend. Professionals weggesaneerd. Maatschappelijke vraagstukken komen daarmee sneller een vereniging binnenzetten. De druk op de organisatie neemt toe. Met het organiseren van een potje voetbal kom je er niet meer. Zoekend naar een nieuwe  rol met een passende invulling. Voetbal niet langer een doel opzich, maar een middel om maatschappelijke vraagstukken op te pakken. Kom daar maar eens om.

Toch ligt het voor het oprapen. Haal in de eerste plaats voetballende leden uit hun comfortzone. Vrijwilligers lopen zich veelal uit de naad om de ‘ godenzonen’ het naar de zin te maken. De veters worden nog net niet gestrikt. Als ze zich al niet het mannetje voelen creeeren verenigingen dit zelf wel. Met het risico van ongewenst gedrag van dien. Trap niet in de valkuil van de ultieme vrijwilliger. Die bestaat niet meer. Vrijwilligerswerk doe je namelijk niet voor de vereniging maar voor jezelf. Omdat je het leuk vindt. Voer daar als vereniging gericht beleid op. Laat alleen leden toe waarvan de ouders actief mee doen bij de club. Maar er is meer. Zoek als vereniging de verbinding in de wijk met jongerenwerk, met de scholen, de wijkagent. De wereld van een jeugdlid is groter dan die van een voetballer in het weekend. Het is niet de vraag of maar hoe je als vereniging moet samenwerken met andere maatschappelijke organisaties. Problemen op het veld zijn de spiegel van maatschappelijke onverschilligheid en onverdraagzaamheid. Probeer dit voor te zijn.

Tot slot de overheid en de KNVB. Lokale overheden financieren aan de lopende band kunstgrasvelden en sportaccommodaties. Daarna gaat veelal de deur dicht bij de vereniging. Sociaal return of investment? Blijkbaar nooit van gehoord. Lokale overheden mogen best wat terugvragen aan een sportvereniging voor een investering van een paar ton in een kunstgrasveld. Wat denkt de vereniging terug te  doen voor de wijk de buurt? Er is meer dan voetbal. Dit laatste is door de KNVB als slogan verheven om met een gelijknamig programma de verruwing op en rond het veld tegen te gaan. Tot nu toe is dit allemaal veel te marginaal gebleken. Nieuwe vraagstukken vragen om een nieuwe structurele aanpak. Het verleden heeft dit bewezen. De KNVB en de betaald voetbalorganisaties zijn uitstekend in staat gebleken om eind vorige eeuw het hooliganisme uit de stadions te verdrijven. Herpositionering van het voetbalbedrijf met al zijn glamour en glitter. Roem voor velen, rijkdom voor enkelen. Met een succesvol doorontwikkelen van nieuwe bedrijfs- en verdienmodellen in de voetbalwereld. Uitstekend allemaal. Maak als KNVB nu ook eens serieus werk van de maatschappelijke rol van de voetbalverenigingen met hun 1,2 mln. leden. Dat is pas de uitdaging van deze eeuw. Benieuwd wie na de winterstop de cornervlaggen opruimt.

dinsdag 27 november 2012

De ontgroening van de duurzaamheid

Een tijdje  geleden bezocht ik een tentoonstelling over Pop Art in Nijmegen. Een mooie verbeelding uit de tijdsperiode van de jaren vijftig en zestig. Bekende beelden, schilderijen, foto’s en muziek.  Ze kwamen nagenoeg allemaal langs. Herkenbare metaforen uit een  tijd waarin ik ben opgegroeid.
Dat bracht mij op de vraag hoe het huidige tijdsgewricht te duiden? Daar is niet een twee drie een antwoord op te formuleren. Vooral ook omdat we  in eerste instantie nieuwe ontwikkelingen duiden met een verouderd begrippenkader. De eerste auto werd niet voor niets een ‘’horseless carriage” genoemd. In die categorie past het begrip ‘’betrouwbarebility”. Onlangs door Prinses Maxima  geïntroduceerd  tijdens een handelsmissie in Brazilië. “Sustainism” lijkt een betere term om de nieuwe tijd te duiden. Sustain wat?
We zijn het ‘’isme” voorbij. Delibereerde pas een docent op de Academie van mijn dochter. Haar repliek. Mogelijk zitten we al in een nieuwe tijd en hebben we het nog niet door. Een schot in de roos! Met de val van de muur raakten inderdaad de oude ideologische stromingen in verval. Het vastgeroeste ideologische waarden- en normenpatroon bleek niet meer toereikend om de toenmalige nieuwe tijd te duiden.  De jaren negentig zijn in die zin een “waardenloze” periode gebleken. Los komen van rigide denkkaders en op zoek naar een nieuwe context  voor een nieuwe koers.
In dit traject zijn we echter ook wat kwijt geraakt. Daarvoor betalen wij deze eeuw een forse prijs. De good Governance van de BV Nederland is aardig ontspoort.  In de vorige eeuw zijn we vanuit een tolerante samenleving de grens gepasseerd naar een onverschillige. Onverschillig naar mens, omgeving en milieu. Met als gevolg een verdergaande onverdraagzaamheid. De verwording van de cultuur van het eigen belang. Waar maar één emotie telt en dat is de eigen emotie. Met één gelijk en dat is het eigen gelijk. Hou je wereld klein en sluit de ander buiten. Met vechtkabinetten, tegenstellingen tussen sociale klassen, banken als financiële dementors met bijbehorende graaicultuur. Niet echt een klimaat voor innovatie en creatie. Dat is één kant van het verhaal.
Tegelijkertijd heeft zich een nieuwe cultuur ontwikkeld. Met het world wide web als metafoor. Of het nu  gaat over eten of de stad, productie of media, kennis of duurzame ontwikkeling. Alles en iedereen is met elkaar verbonden. Het is de cultuur van netwerken, delen, lenen en uitwisselen. Wat we zien, is een overgang naar een nieuwe levensstijl en een ander perspectief: meer verbonden, meer lokaal en zeker duurzamer. Op zoek naar een nieuwe manier van werken met andere verdienmodellen. Met overschot en tekort langs de lijnen van waardecreatie.

Het sustainisme probeert deze ontwikkeling te duiden maar omvat veel meer dan duurzaamheid. In deze context is duurzaamheid niet langer het monopolie van de groene sector. Inderdaad de ontgroening van de duurzaamheid. Het gaat evenzo over het veranderende medialandschap,internet, sociale media en de opensourcebeweging. Dit gedachtegoed moeten we aanwenden om creatieve oplossingen te vinden voor complexe problemen en maatschappelijke vraagstukken. Die beweging is al aan de gang, in delen van het bedrijfsleven, de overheid en maatschappelijke organisaties. We leven in het lokale en zijn tegelijkertijd wereldburgers. De opkomst van een nieuw ‘lokalisme’ in een gemondialiseerde wereld is een van de kenmerken van het sustainisme. Lokaal en mondiaal staan niet meer tegenover elkaar. Het is de wereld van de lokale markt én Twitter, de kroeg en Facebook, de buurt én CNN. ‘Lokaal’ wordt behalve een geografische plaatsbepaling, een kwaliteit op zichzelf. Het verandert ook onze kijk op innovatie en kennis, op hoe we stad en landschap inrichten, onze businessmodellen, de eetcultuur en veelmeer.

Terwijl ik deze blog schrijf ploft op de deurmat een pakketje. Met daarin het boek 'Sustainism is the new modernism' van Michiel Schwarz en Joost Elfers. Declares the dwan of een new cultural era. Als kind van de jaren zestig en cultureel antropoloog blijf ik toch een cultuuroptimist. De cultuur van het  inspireren tot nieuwe verbindingen en creatieve oplossingen die nodig zijn voor een vitale samenleving. Welkom thuis. Wie doet mee?


maandag 8 oktober 2012

De wijk bestaat niet

Een tijdje geleden mocht ik aanschuiven bij een maatschappelijk business diner. Onder het genot van een drankje en smakelijk bereid eten stond “nieuwe coalities in de wijk”  op het menu. Een moeilijk te verteren gang. De ingrediënten bestonden uit te ontwikkelen businessmodellen. Het benutten van arbeidskrachten  in de wijk.  Dit met als doel het  tegemoet komen aan de groeiende vraag van informele zorg. Kom daar maar eens om in deze lastige tijd. Bent u er nog? Inderdaad zware kost. De wijk  terug op de politiek-bestuurlijke agenda. Met als sommelier  het Ministerie van Binnenlandse zaken en de lokale overheid. Een overheid die weet wat goed is voor u en mij in de wijk. Tja.
Feit is dat de overheid  zich in toenemende mate terugtrekt uit buurten en wijken. Bezuinigingen eisen hun tol. Voorzieningen worden afgebouwd. Maatschappelijke organisaties beknot. Buurtbewoners in vertwijfeling achter latend. Dat zowel de centrale als lokale overheid op zoek gaan naar nieuwe oplossingen, voor andere aanpak van vraagstukken in de wijk, is te prijzen. Echter. Als je het verschil niet kent  tussen een balans en een exploitatierekening. Dan  is het spelen met vuur als je over businessmodellen begint. Buurtbewoners als ondernemers benadert.  De wijk als een markplaats ziet. Drie keer mis tasten is ook een vak. Zelfreflectie een broodnodige kwaliteit.
Wat doen we nog wel en wat doen we niet meer?  En wie betaalt daarvoor de prijs? Dat is in feite de vraag met betrekking tot de positionering  van de verzorgingsstaat. De overheid en de politiek breken hier hun hersens over. Politieke partijen schieten daarbij vooral in voorspelbare reflexen van hun veelal gedateerde gedachtegoed. Helaas, de oplossing loopt niet meer langs ‘’ links’’  en ‘’ rechts’’ . Maar langs de lijnen van conservatief en innovatief. Dwars door het huidige politieke spectrum.
In het verlengde daarvan spant de centrale overheid zich in om het beleid te decentraliseren. Top down met dwingende formats. Lokale overheden kennen zo hun eigen werkelijkheid. Een productieproces van wet- en regelgeving. De praktijk blijkt weerbarstig. Hier wordt   gewoond in regelingen en geleefd van (teruglopende) subsidieverstrekking. Vraagstukken worden gefileerd langs het regime van regelingen en maatregelen. Een helder en samenhangend beeld van ‘’ de wijk” is dan ver weg. Laat staan een integrale aanpak. Sector- en regelingsoverstijgend.
Wie het geheel niet beziet ziet ook zijn eigen zaken niet. Een geografische wijkeenheid is wat anders dan een samenhangende sociale entiteit. Te exploiteren  als  een markt.  Waar wijkbewoners op afroep van de overheid de handen ineen slaan. Vraagstukken en doelgroepen middels een passende dienstenservice  aan elkaar weten te verbinden.  Met een businessmodel  gebaseerd op een sluitend verdienmodel. Thomas Moore had het met zijn Utopia niet beter kunnen bedenken.
Een wijkaanpak start van onderop. Met een menselijke maat van onderlinge waarde creatie. Wat kunnen we voor elkaar betekenen? Het exploreren van initiatiefrijke ideeen. We mogen al  tevreden zijn als dit het buur- of staartniveau ontstijgt. Het is de wereld van groot denken en klein beginnen. Nieuwe denkkaders en out-of-the-box. Met een andere rol voor buurtinitiatieven en/of buurtorganisaties. Een extra maatschappelijke taak voor het verenigingsleven. Hoe lossen we met elkaar de problemen in de buurt op? Welke faciliterende rol kan en moet de overheid daarbij spelen? Het is met elkaar de verzorgingsstaat opnieuw uitvinden. Dat begint bij u en mij om de hoek.

vrijdag 21 september 2012

Oud denken en nieuwe media in Haren

Dat het gebruik van social media zoals Facebook hand over hand toeneemt weet inmiddels ook de gemeente Haren. Ruim 15.000 mensen die het "leuk vonden" op een feestje van een 16 jarige te komen. De ''oude media" pikte dit nieuws op. Hoe zo marktbereik en exposure? Daar kan geen citymarketing tegenop. Vervolgens schoot de gemeente in de stress. Haren op slot. Bezoekers buiten de poort. Met een beetje ondernemerszin en creativiteit had er een mooie party ingezeten. Met een omzet tussen de 5 en 6 ton.Wat rest was een mooie marketingcase in mijn workshop social media. Met dank aan Haren.

Kenmerk van de social media is dat je voordurend signalen uitzendt wat je doet. Zien en gezien worden bij de virtuele dorpspomp. Daar zet je je beste beentje voor. Niets nieuws onder de zon en ooit in de jaren vijftig van de vorige eeuw zo mooi beschreven door Erving Goffman in the Presentation of Self in  Everyday Life. Geinteresseerd in het doen en laten van de ander. Dat volgen we en etaleren wij. Zowel prive als zakelijk. In die zin heeft de traditionele website zijn langste tijd gehad. Te statisch en vooral gericht op wat je bent. Het is niet voor niets dat de "platte website" in de VS opgang doet. Een verwijzingsbord naar Facebook, weblog, Twitter, LinkedIn, video kanalen zoals Vimeo en You Tube etc. Zoek het maar uit, maar dan in de goede zin van het woord. Het is niet ondenkbeeldig dat Web gewoon App wordt.

Intussen in Haren. De spanning loopt op. Het aantal mensen dat aangeeft naar Haren te komen nadert inmiddels de 30.000. Bestuurders in paniek. Ambtenaren zwetend in de weer om straatborden en borden "Welkom in Haren" weg te halen. Google maps met streetview waarschijnlijk nooit van gehoord daar in het gemeentehuis. Oude wereld ontmoet nieuwe wereld. Welkom. Vind ik leuk.

Dat social media een steeds grotere impact heeft en een belangrijk onderdeel vormt in de marketingstrategie van bedrijven en organisaties mag als gegeven worden beschouwd. Zo maken 7,3 mln. Nederlanders gebruik van Facebook, waarvan er 4,3 miljoen dagelijks. Een groot bereik en een hoge intensiteit. Zeker als je dit vergelijkt met LinkedIn. Daarvan maken 3,2 mln. Nederlanders gebruik van, waarvan 300.000 dagelijks. Grote verliezer is Hyves. Nog maar 3 mln. gebruikers, waarvan 900.000 dagelijks. Als u dit stukje leest hebben inmiddels 4.500 personen Facebook bezocht. Ruim 4.000 daarvan in de leerftijdscategorie 15 tot 20 jaar. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dat heeft Apple goed begrepen.

Voor velen, behoudens de jongere generaties onder ons, is het lang gangbaar geweest om het gebruik van Facebook en LinkedIn strikt te scheiden. Facebook prive en LinkedIn zakelijk. Die grenzen zijn aan het vervagen. De verandering komt niet zozeer bij LinkedIn vandaan, maar bij Facebook. In het nieuwe besturingssysteem van de Apple de iO6 is Facebook volledig geintergreerd. Apparte accounts voor bedrijven, evenementen, producten etc. kon je al aanmaken in Facebook. Door agendasynchronisatie worden je klanten automatisch geattendeerd op jouw acties of een te organiseren workshop. De technische mogelijkheden zijn nog lang niet uitgenut. De zakelijke markt wordt daarmee ontsloten.

Ondertussen zit Apple op rozen. Van de huidige gebruikers van Facebook denken 8 op de 10 in 2015 nog steeds op Facebook te zitten. Dit zitten vast aan Apple met de IPhone zoveel en de next generation Ipads. Maar wat belangrijker is. Kleintjes worden groot. Het zijn de werknemers van morgen. De Facebookgeneratie. Laten zien wat je doet. Met snelle communicatie. Creatieve oplossingen en nieuwe concepten. Facebook gaat als platform een onlosmakelijk deel uit maken van de zakelijk markt. Ooit zal deze generatie elkaar vragen. Was jij er ook bij in Haren? De ambtenaren uit Haren maken dan op hun oude dag als hulpbehoevende bejaarden dankbaar gebruik van de nieuwste wifi-zorgapplicaties. Zo kwam het toch nog goed daar in Haren.